ECLI:NL:RVS:2002:AE2844
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- P.J.J. van Buuren
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bestuursrechter inzake beoordeling reinigbaarheid grond en afvalstoffenbelasting
De zaak betreft een geschil tussen N.V. Service Centrum Grondreiniging (SCG) en Central Mudplant and Fluid Services B.V. (CMF) over de beoordeling van een partij grond als niet zijnde grond in het kader van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm).
SCG had een partij beoordeeld als niet zijnde grond en weigerde een niet-reinigbaarheidsverklaring af te geven. CMF stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde. SCG ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank niet bevoegd was om te oordelen over het beroep ingevolge de Wbm, omdat de Afdeling zelf op grond van artikel 20.1 Wet milieubeheer in eerste en enige aanleg bevoegd is. Tevens werd vastgesteld dat CMF gerechtvaardigd vertrouwen had dat een niet-reinigbaarheidsverklaring zou worden afgegeven, waardoor het besluit in strijd met het vertrouwensbeginsel was genomen.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep gegrond werd verklaard, verklaarde de rechtbank onbevoegd en veroordeelde SCG in de proceskosten van CMF.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de rechtbank onbevoegd en vernietigt het besluit van SCG over de beoordeling van de partij grond als niet zijnde grond.