ECLI:NL:RVS:2002:AE3315
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen vergoeding rechtsbijstand in strafzaak
Appellant stelde beroep in tegen de vastgestelde vergoeding van rechtsbijstand in een cassatieprocedure, vastgesteld door het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand te 's-Gravenhage.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de strafzaak in eerste aanleg door een enkelvoudige kamer was behandeld en dat de toekenning van zes punten conform artikel 15, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 correct was.
Appellant voerde aan dat de zaak als behandeld door een meervoudige kamer moest worden aangemerkt, maar dit werd door de Raad van State verworpen vanwege de ondubbelzinnige tekst van het betreffende wetsartikel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond, zonder proceskostenveroordeling op te leggen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.