ECLI:NL:RVS:2002:AE3332
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- P.J.J. van Buuren
- C.A. Terwee-van Hilten
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving gebruik appartementen in strijd met bestemmingsplan
Bij besluiten van 17 november 1999 legden burgemeester en wethouders van Limmen een last op aan bewoners om appartementen te verlaten wegens strijd met het bestemmingsplan. De bewoners maakten bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De president van de rechtbank Alkmaar vernietigde deze besluiten en bepaalde dat opnieuw moest worden beslist.
Burgemeester en wethouders stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het gebruik van de appartementen door bewoners zonder relatie met het ter plaatse gevestigde garagebedrijf in strijd was met het bestemmingsplan en dat handhavend optreden gerechtvaardigd was. Voor één bewoner, werkzaam bij het garagebedrijf, moest echter eerst worden vastgesteld of diens woning als dienstwoning kon worden aangemerkt.
Verder oordeelde de Afdeling dat appellanten niet verplicht waren bewoners te horen over een verzoek van een buurman dat niet van doorslaggevende betekenis was. Er was geen concreet zicht op legalisering van het gebruik van de appartementen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond voor zover het de bewoners zonder relatie betrof en vernietigde het vonnis van de rechtbank, waarbij de beroepen van deze bewoners alsnog ongegrond werden verklaard.
Uitkomst: De beroepen van bewoners zonder recht op de appartementen worden ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt deels vernietigd.