ECLI:NL:RVS:2002:AE3581
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie op 20 juli 2001 werd afgewezen. Hiertegen stelde appellante beroep in bij de rechtbank te 's-Gravenhage, die bij uitspraak van 28 februari 2002 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellante ging vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State en voerde onder meer aan dat de termijn voor het instellen van hoger beroep onjuist was vastgesteld door de rechtbank. De Raad van State oordeelde dat de termijn van vier weken rechtstreeks uit de wet volgt en dat appellante door de vermeende fout niet in haar belangen is geschaad.
Daarnaast werd een grief over de beoordeling van de vrees voor gedwongen besnijdenis niet ontvankelijk verklaard omdat dit onderdeel niet in hoger beroep was bestreden. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.