ECLI:NL:RVS:2002:AE3654
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunning en toepassing bestuursdwang door burgemeester en wethouders Cranendonck
Bij besluit van 2 september 1999 hebben burgemeester en wethouders van Cranendonck de bouwvergunning uit 1930 ingetrokken en bouwwerkzaamheden stilgelegd op het perceel van appellant. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, die door het college ongegrond werden verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat burgemeester en wethouders in redelijkheid tot intrekking van de bouwvergunning konden besluiten. De stelling van appellant dat een deel van de woning destijds was gerealiseerd en bewoond, zodat overgangsrecht zou gelden, wordt buiten beschouwing gelaten omdat dit argument pas in hoger beroep is ingebracht. Ook zijn er geen andere gronden die tot een ander oordeel leiden.
Verder is geoordeeld dat burgemeester en wethouders bevoegd waren bestuursdwang toe te passen door de bouwwerkzaamheden stil te leggen, omdat appellant niet beschikte over de vereiste vergunning volgens artikel 40 van Pro de Woningwet. De door appellant aangevoerde bezwaren tegen bestuursdwang zijn ongegrond.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bouwvergunning en bestuursdwang worden bevestigd.