ECLI:NL:RVS:2002:AE3941
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.M. van Angeren
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beleidsregel majeure problematiek en frictiekosten bij overheveling thuiszorgindicaties
De zaak betreft een geschil over de toepassing van een beleidsregel inzake frictiekosten die voortvloeien uit de overheveling van AWBZ-indicatiestellingen thuiszorg naar regionale indicatieorganen per 1 januari 1998. De Stichting regionale thuiszorg verzocht om een financiële tegemoetkoming in deze frictiekosten, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde dit besluit onrechtmatig omdat de staatssecretaris het criterium voor majeure problematiek onjuist had uitgelegd.
Het geschil spitst zich toe op de interpretatie van het criterium dat sprake moet zijn van majeure problematiek, waarbij frictiekosten het zorgbudget belasten. De staatssecretaris legde dit criterium restrictief uit, wat volgens de Raad van State onjuist is. De beleidsregel en het toetsingskader zijn een nadere uitwerking van een convenant tussen de VNG en de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg, waarin is afgesproken dat frictiekosten die niet te voorkomen zijn, aan de staatssecretaris worden voorgelegd voor een oplossing.
De Raad van State stelt dat de staatssecretaris bij het opstellen van de beleidsregel wel tot het opnemen van het criterium kon komen en dat de rechtbank dit ten onrechte heeft miskend. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.