ECLI:NL:RVS:2002:AE4294
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- E.M.H. Hirsch Ballin
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit examencommissie over samenstelling doctoraal examenprogramma Diergeneeskunde
Appellante stelde een programma samen voor het vrij doctoraal examen Diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht, waarvoor de examencommissie goedkeuring moest verlenen. De commissie onthield goedkeuring aan het programma omdat bepaalde vakken ontbraken en andere waren opgenomen, wat volgens haar niet voldeed aan de vereisten.
Het college van beroep en de rechtbank verklaarden het administratief beroep van appellante ongegrond, waarmee het besluit van de examencommissie werd bekrachtigd. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de examencommissie haar bevoegdheid te buiten is gegaan door inhoudelijke wijzigingen aan het programma te eisen die niet binnen haar beoordelingsruimte vallen. De commissie had slechts mogen toetsen of zij de juiste examencommissie was en of het programma van voldoende omvang en niveau was. De motivering voor het onthouden van goedkeuring is ondeugdelijk.
Daarom vernietigt de Raad het besluit van de examencommissie en het besluit van het college van beroep, verklaart het beroep gegrond en draagt de commissie op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat nog niet vaststaat of schade is geleden. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten van de examencommissie en het college van beroep worden vernietigd, met opdracht tot een nieuw besluit binnen vier weken.