ECLI:NL:RVS:2002:AE4331
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P.H. Donner
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen intrekking vergunning pluimveebedrijf onder opschortende voorwaarde
Bij besluit van 18 juli 2001 hebben burgemeester en wethouders van Ermelo de vergunning verleend krachtens de Hinderwet voor een pluimveebedrijf gedeeltelijk ingetrokken. De intrekking vond plaats met toepassing van de saldomethode uit de Interimwet ammoniak en veehouderij, ten behoeve van vergunningverlening voor andere inrichtingen op nabijgelegen percelen.
Appellant stelde dat de intrekking in strijd was met artikel 20.3 van de Wet milieubeheer omdat het dictum bepaalde dat de intrekking pas in werking treedt zodra de vergunningen voor de begunstigde inrichtingen onherroepelijk zijn geworden. De Raad van State overwoog dat het moment van inwerkingtreding van het besluit en het moment waarop de materiële gevolgen optreden niet hoeven samen te vallen. De intrekking kan onder een opschortende voorwaarde worden gesteld.
De Raad van State oordeelde dat het bestreden besluit correct is en dat het beroep ongegrond is. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 19 juni 2002.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vergunning is ongegrond verklaard.