ECLI:NL:RVS:2002:AE4601
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning voor lozing via vuilwaterriolering bij sliboverslagdepot
Verweerders, het hoogheemraadschap Delfland, verleenden aan een besloten vennootschap een vergunning voor het lozen van afvalstoffen via de gemeentelijke vuilwaterriolering en de afvalwaterzuiveringsinstallatie Houtrust te Den Haag. Appellant, eigenaar van een perceel naast het sliboverslagdepot, maakte bezwaar uit vrees voor verontreiniging van het oppervlaktewater dat zijn perceel grenst.
De Raad voor de Rechtspraak heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de aan de vergunning verbonden voorschriften, met name die inzake calamiteiten, voldoende waarborgen bieden tegen nadelige milieueffecten. Verweerders stelden dat het afvalwater via de riolering wordt afgevoerd en niet direct in het oppervlaktewater terechtkomt, en dat de voorschriften voldoende flexibiliteit bieden om passende maatregelen te treffen bij calamiteiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de beoordelingsvrijheid van verweerders niet onredelijk is en dat de voorschriften passend en toereikend zijn om het milieu te beschermen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een nadere precisering van de maatregelen vereisten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor lozing via de vuilwaterriolering is ongegrond verklaard.