ECLI:NL:RVS:2002:AE4605
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van ouderbijdrage door LBIO na echtscheiding
Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) legde appellante een eigen bijdrage op voor de plaatsing van haar zoon in een residentiële voorziening. Appellante stelde dat ook haar ex-echtgenoot een bijdrage moest betalen, omdat beide ouders onderhoudsplichtig zijn na echtscheiding. De rechtbank wees het beroep af en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 41d van de Wet op de jeugdhulpverlening de ouderbijdrage terecht aan appellante is opgelegd, omdat zij voldeed aan de gestelde eisen en het enkele feit dat zij kinderbijslag ontving voldoende grondslag vormt. Het betoog dat artikel 41c, derde lid, niet op de ex-echtgenoot van toepassing zou zijn, faalt omdat dit niet afdoet aan de bijdrageplicht van appellante.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de moeder terecht een eigen bijdrage is opgelegd voor de kosten van residentiële jeugdhulp.