ECLI:NL:RVS:2002:AE4606
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- W.M.P. van Gemert
- Rechtspraak.nl
Vereniging Milieu-Offensief faalt in beroep tegen intrekking vergunning veehouderij
Bij besluit van 24 juli 2001 hebben burgemeester en wethouders van Harderwijk de oprichtings-, veranderings- en uitbreidingsvergunningen voor een veehouderij gedeeltelijk ingetrokken. Dit betrof het veebestand van 173 vleesvarkens en 4.400 legkippen, vanwege toepassing van de saldomethode uit de Interimwet ammoniak en veehouderij.
De Vereniging Milieu-Offensief stelde beroep in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat het besluit in strijd was met artikel 20.3 van de Wet milieubeheer, omdat de intrekking pas zou ingaan op het moment dat de vergunning voor de begunstigde inrichting onherroepelijk werd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het systeem van de Wet milieubeheer toestaat dat het moment van inwerkingtreding en het moment waarop materiële gevolgen optreden niet samenvallen, en dat de intrekking onder opschortende voorwaarde rechtsgeldig is.
Verder stelde appellante dat het intrekkingsbesluit onvoldoende duidelijkheid gaf over voor welke vergunningaanvraag de intrekking gold. De Afdeling verwierp deze stelling omdat deze geen betrekking had op de rechtmatigheid van het intrekkingsbesluit zelf.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Het besluit werd bevestigd en de intrekking van de vergunning bleef van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.