ECLI:NL:RVS:2002:AE4609
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.E.M. Polak
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing tegemoetkoming oogstschade en in stand laten rechtsgevolgen
De vennootschap onder firma appellante verzocht om een tegemoetkoming voor schade aan struikrozen, stamrozen en Salix op grond van de Regeling oogstschade 1998. De aanvraag werd op 29 oktober 1999 afgewezen door de teammanager van LASER namens de minister. Het bezwaar werd op 8 augustus 2000 ongegrond verklaard door de regiomanager, maar dit besluit bleek onbevoegdelijk genomen wegens het ontbreken van mandaat op dat moment.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van 8 augustus 2000 vernietigd moest worden vanwege het mandaatgebrek, maar dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven omdat de inhoud van het besluit de toets kon doorstaan.
De inhoudelijke beoordeling bevestigde dat de schade aan Salix terecht niet werd meegenomen wegens het ontbreken van een melding, dat de berekening van de schade aan stamrozen correct was en onder het eigen risico bleef, en dat de taxatie van de schade aan struikrozen zorgvuldig was uitgevoerd. De minister had zich terecht op het standpunt gesteld dat geen bijzondere omstandigheden bestonden die tot een andere uitkomst zouden leiden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de regiomanager, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van tegemoetkoming wordt vernietigd vanwege mandaatgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.