ECLI:NL:RVS:2002:AE4616
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen afwijzing toevoeging rechtsbijstand
De appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de raad voor rechtsbijstand te 's-Gravenhage, die een verzoek om toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand heeft afgewezen. De rechtbank heeft dit beroep op 16 januari 2002 ongegrond verklaard. De appellant stelde in hoger beroep dat hij niet in staat was zijn belangen zelf te behartigen, maar de Raad van State overweegt dat hij zich tot derden kan wenden voor hulp, waarvan hij ook al gebruik heeft gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak op 18 juni 2002 behandeld, waarbij partijen niet zijn verschenen. De Raad stelt vast dat de rechtbank tot een juist oordeel is gekomen en bevestigt de uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Hiermee wordt het beroep van appellant ongegrond verklaard en blijft het besluit van de raad voor rechtsbijstand in stand. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 26 juni 2002 door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.