ECLI:NL:RVS:2002:AE4617
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergoeding rechtsbijstand na hoger beroep tegen rechtbankuitspraak
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vergoeding voor verleende rechtsbijstand die aanvankelijk was toegekend op basis van 30 uren. Na beroep heeft de raad voor rechtsbijstand de vergoeding verhoogd naar 38 uren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde deze vergoeding.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, waarbij hij zijn eerdere argumenten herhaalde. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het niet relevant is of appellant aannemelijk heeft gemaakt dat een eerdere toevoeging ten onrechte was geweigerd, omdat dit besluit niet in rechte was aangevochten.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank, met een verbetering van de motivering, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 26 juni 2002.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtbankuitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.