ECLI:NL:RVS:2002:AE4623
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.G. Drupsteen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering bestuurlijke handhaving milieubeheerbedrijf
Appellant verzocht burgemeester en wethouders van Putten om bestuurlijke handhavingsmiddelen toe te passen tegen een poeliersbedrijf vanwege hinder door vrachtverkeer en illegale activiteiten. Verweerders wezen het verzoek af omdat een deel van de activiteiten zou worden verplaatst en de rest mogelijk gelegaliseerd door een revisievergunning.
Na bezwaar bleef het besluit in stand, waarna appellant beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verweerders bevoegd waren tot handhaving maar in redelijkheid konden besluiten niet op te treden zolang de illegale situatie binnen redelijke termijn zou worden beëindigd.
De Raad achtte het akoestisch rapport en de omstandigheden voldoende om de gedoogperiode tot 1 maart 2002 te rechtvaardigen. Omdat deze termijn inmiddels was verstreken, mag van verweerders worden verwacht dat de overtredingen niet langer worden gedoogd. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen bestuurlijke handhaving toe te passen is ongegrond verklaard.