ECLI:NL:RVS:2002:AE4627
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. van Dijk
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling ernstige bodemverontreiniging zonder urgentie tot sanering
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van gedeputeerde staten van Gelderland waarin is vastgesteld dat er sprake is van ernstige bodemverontreiniging op een perceel, maar geen urgentie tot sanering bestaat. De loodverontreiniging in de tuinen werd door verweerders uitgesloten als onderdeel van het geval van ernstige bodemverontreiniging.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft tijdens de zitting vastgesteld dat het besluit en de daarop gebaseerde motivering voldoen aan de vereisten van artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De appellanten betoogden dat de loodverontreiniging afkomstig zou zijn van de inrichting van de betrokken partij, maar de Afdeling oordeelde dat onvoldoende is gebleken dat er uitstoot van lood plaatsvindt vanuit de inrichting. De loodverontreiniging in de tuinen heeft geen technische samenhang met het geval van bodemverontreiniging.
Verder werd geoordeeld dat de vaststelling van geen urgentie tot sanering redelijk is, mede gelet op het gebruik van de westelijke scheisloot en de beperkte blootstellingsmogelijkheden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van ernstige bodemverontreiniging zonder urgentie tot sanering wordt ongegrond verklaard.