ECLI:NL:RVS:2002:AE4641
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- P.A. Offers
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over bouwkundige voorzieningen aan pand
Appellant werd door burgemeester en wethouders van Amsterdam op grond van artikel 14, eerste lid, van de Woningwet aangesproken om binnen drie maanden bouwkundige voorzieningen aan zijn pand te treffen. Na bezwaar en een gedeeltelijke wijziging bleef het besluit grotendeels in stand. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de voorzieningen onvoldoende en onvolledig waren, dat de aanschrijving in strijd was met het beginsel van lonendheid en dat de zorgvuldigheid bij de voorbereiding van het besluit ontbrak. De Raad van State oordeelde dat de noodzakelijkheid van de voorzieningen niet werd betwist en dat appellant vrij was om ingrijpendere voorzieningen te treffen. De problemen met de huurder konden de verplichting niet opheffen.
Verder was er geen reden om te veronderstellen dat de kosten niet in redelijke verhouding stonden tot de opbrengsten, zodat het beginsel van lonendheid niet werd geschonden. Ook was appellant in staat gesteld zijn zienswijze te geven over de vooraanschrijving, zodat de vereiste zorgvuldigheid niet werd geschonden.
De Raad van State verklaarde de rechtbank bevoegd ondanks de locatie van het beroep en bevestigde de uitspraak dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant ongegrond.