ECLI:NL:RVS:2002:AE4647
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning opfokscharrelkippenhouderij wegens onvoldoende motivering ammoniakreductieplan
Burgemeester en wethouders van Grave verleenden een revisievergunning voor een opfokscharrelkippenhouderij. Appellanten maakten bezwaar tegen de vergunningverlening, onder meer vanwege onjuiste termijnen voor beroep en onjuiste beoordeling van stankhinder en ammoniakdepositie.
De Afdeling constateerde dat het ontwerpbesluit één dag te kort ter inzage lag, maar passeerde deze schending omdat appellanten binnen de termijn bedenkingen hadden ingebracht en geen belanghebbenden werden benadeeld. De beroepstermijn was onjuist vermeld, maar dit tastte de rechtmatigheid van het besluit niet aan.
De beoordeling van stankhinder en de categorisering van beschermde objecten werd door verweerders redelijk gemotiveerd en gegrond verklaard. Het ammoniakreductieplan voldeed aan de eisen van de Interimwet ammoniak en veehouderij, waarbij achtergronddepositie niet in aanmerking werd genomen.
Echter, de Afdeling oordeelde dat verweerders onvoldoende hadden gemotiveerd dat de aanvullende saldomethode toegepast kon worden, omdat niet was aangetoond dat alle bestaande stallen volgens de best uitvoerbare methoden waren uitgevoerd. Hierdoor was het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en werd de vergunning vernietigd.
De gemeente Grave werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening is vernietigd wegens onvoldoende motivering van de toepassing van de aanvullende saldomethode.