ECLI:NL:RVS:2002:AE4892
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij besluit van 12 juni 2001 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de Staatssecretaris van Justitie is afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 12 maart 2002 ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde het hoger beroep en constateerde dat appellant niet voldeed aan de vereisten van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 omtrent het indienen van geldige grieven. De aangevoerde grieven faalden, onder meer omdat zij niet gericht waren tegen een onderdeel van de uitspraak waarmee appellant zich niet kon verenigen, en omdat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn aanvraag gegrond was.
De Raad van State benadrukte dat de beperkte vorm van hoger beroep in deze zaken is bedoeld voor snelle afdoening van zaken zonder algemene rechtsvragen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.