ECLI:NL:RVS:2002:AE5376
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Cleton
- A. Kosto
- J.J.C. Voorhoeve
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning ontgronding Beuningse Plas wegens ontbreken planologische medewerking
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van gedeputeerde staten van Gelderland om een vergunning krachtens de Ontgrondingenwet voor ontgronding bij de Beuningse Plas te weigeren. De aangevraagde ontgronding was in overeenstemming met het streekplan en het provinciaal ontgrondingenbeleid, en spoedige vergunningverlening werd erkend als van nationaal belang.
Desondanks werd de vergunning geweigerd omdat de beoogde ontgronding in strijd was met het geldende bestemmingsplan en de gemeente Beuningen geen planologische medewerking verleende. Appellanten verwezen naar een convenant tussen provincie en gemeente en eerdere aanvragen van de gemeente, maar konden niet aantonen dat de gemeente op het moment van het besluit bereid was tot planologische medewerking.
De Raad van State oordeelde dat artikel 10, achtste lid, van de Ontgrondingenwet een vergunning verbiedt indien de ontgronding in strijd is met het bestemmingsplan en de gemeente geen planologische medewerking heeft toegezegd. Omdat niet was voldaan aan de voorwaarden van het convenant en de gemeente expliciet aangaf niet bereid te zijn medewerking te verlenen, was de weigering terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor ontgronding is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van planologische medewerking.