ECLI:NL:RVS:2002:AE5450
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing stillegging bouwwerkzaamheden na vrijwillige stopzetting
Appellante verzocht om stillegging van bouwwerkzaamheden aan een garage/berging, maar burgemeester en wethouders besloten dit niet op te leggen omdat de werkzaamheden reeds vrijwillig waren stopgezet. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond.
Appellante stelde dat de rechtbank te laat uitspraak had gedaan, waardoor haar rechtsgang werd belemmerd, maar de Raad van State oordeelde dat de overschrijding van de wettelijke termijn geen rechtsgevolgen heeft en dat geen schending van het EVRM-artikel 6 is Pro aangetoond.
De Raad van State vond dat burgemeester en wethouders terecht en op goede gronden hadden gehandeld door geen bestuursdwang toe te passen, omdat de werkzaamheden daadwerkelijk waren stilgelegd. Appellante kon niet aannemelijk maken dat de werkzaamheden toch werden voortgezet.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.