ECLI:NL:RVS:2002:AE5936
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- J.A.M. van Angeren
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over gedeeltelijke openbaarmaking documenten op grond van de Wob
Appellant verzocht de Raad voor Rechtsbijstand om bepaalde documenten in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) openbaar te maken. De Raad wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en gaf de Raad opdracht een nieuwe beslissing te nemen. Vervolgens besloot de Raad enkele documenten slechts gedeeltelijk te verstrekken vanwege bescherming van persoonlijke levenssfeer en belangen van betrokkenen.
Appellant betoogde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de Raad een geheimhoudingsverzoek had gedaan en dat de belangenafweging niet kenbaar was gemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de rechtbank terecht handelde conform artikel 8:29 Awb Pro en dat de Raad op goede gronden de documenten gedeeltelijk had geweigerd vanwege het belang van bescherming van persoonlijke gegevens en het voorkomen van onevenredige benadeling.
De Afdeling stelde vast dat appellant geen toestemming gaf om kennis te nemen van de geheime stukken, maar dat uit de bestreden beslissing voldoende blijkt welke gegevens zijn weggelakt en waarom. De Afdeling achtte de motivering van de Raad voldoende gelet op de aard van het onderwerp en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.