ECLI:NL:RVS:2002:AE5951
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vergoeding rechtsbijstand na intrekking toevoeging
Appellant verzocht om vergoeding van verleende rechtsbijstand op basis van een toevoeging met nummer 5AM5970. Het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand wees dit verzoek bij besluit van 4 september 1998 af. Het administratief beroep van appellant werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank te Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit van 4 september 1998, maar handhaafde de rechtsgevolgen van dat besluit.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtsgevolgen alleen in stand konden blijven indien de uitkomst van de procedure eenduidig was, wat volgens hem niet het geval was. De Raad van State oordeelde dat de toevoeging op 21 september 1999 was ingetrokken en daarom geacht moet worden nooit te hebben bestaan. Hierdoor kon geen vergoeding worden toegekend voor de verleende rechtsbijstand.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 31 juli 2002 door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.