ECLI:NL:RVS:2002:AE5959
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.L. Berg
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening paardenhouderij niet in strijd met milieuwetgeving
Verweerders hebben op 27 november 2001 een revisievergunning verleend voor een paardenhouderij op een perceel te Dongen. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, waarbij onder meer werd betoogd dat de vergunning in strijd was met de Interimwet ammoniak en veehouderij, dat de terinzageleggingstermijn te kort was en dat de overlast van stank en vliegen onaanvaardbaar zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat het beroep van appellant sub 2 niet-ontvankelijk is voor de geluid-, stof- en lichthinder omdat geen bedenkingen tegen het ontwerpbesluit waren ingebracht. Verder oordeelde de Afdeling dat de vergunning terecht is verleend, aangezien de Kanovijver niet als voor verzuring gevoelig gebied geldt en de ammoniakdepositie binnen de toegestane grenzen blijft. Ook is de terinzagelegging correct verlopen en zijn de voorschriften ter beperking van stank en vliegen toereikend.
De Afdeling overwoog dat het niet relevant is of de paardenhouderij een bedrijfsmatig of hobbymatig karakter heeft en dat de economische levensvatbaarheid geen milieubelang is. Ook de bezwaren over het bestemmingsplan en de bevoegdheid tot vrijstelling van bouwvoorschriften werden verworpen. De beroepen zijn voor zover ontvankelijk ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 2 is deels niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen zijn voor het overige ongegrond verklaard, waarmee de vergunning is bevestigd.