ECLI:NL:RVS:2002:AE5984
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.R. Schaafsma
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanvullende milieuregels ter voorkoming van geurhinder bij rioolslibverwerking
Bij besluit van 20 februari 2001 hebben gedeputeerde staten van Gelderland aanvullende voorschriften verbonden aan een bestaande milieuvergunning voor het ontwateren en overslaan van riool-, kolken- en gemalenslib en veegvuil. Appellanten, waaronder Oxalis B.V., stelden dat deze voorschriften onvoldoende bescherming boden tegen geurhinder en dat geen zorgvuldige ALARA-afweging was gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het deskundigenbericht van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening betrokken en het TNO-rapport uit 2000 als toetsingskader gehanteerd. Uit dit rapport bleek dat de geurimmissie bij enkele woningen op het industrieterrein een bepaalde mate van geurhinder kan veroorzaken, maar dat extra maatregelen vanwege kosten en locatie niet redelijk zijn.
De Afdeling oordeelde dat de aan de vergunning verbonden voorschriften 11.1 tot en met 11.7 voldoende bescherming bieden tegen geurhinder en dat verweerders zich in redelijkheid op dit standpunt konden stellen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanvullende milieuregels ter voorkoming van geurhinder wordt ongegrond verklaard.