ECLI:NL:RVS:2002:AE5994
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen methadonverstrekkingspunt besluit gemeente Groningen
Burgemeester en wethouders van Groningen stelden op 7 oktober 1997 een eindverslag vast over de vestiging van een derde methadonverstrekkingspost. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van 8 januari 1998. Vervolgens verklaarden burgemeester en wethouders het bezwaar ongegrond bij besluit van 23 april 1999.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen de uitspraak van de rechtbank van 22 juni 2000. De Afdeling oordeelde dat het eindverslag geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht was, waardoor bezwaren tegen de totstandkoming buiten beschouwing moesten blijven. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het eindverslag een rechtsoordeel bevatte over handhaving, wat niet het geval was.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het beroep ongegrond verklaarde en verklaarde het beroep in dat deel gegrond. Tevens werd het besluit van 23 april 1999 vernietigd voor zover het door de rechtbank in stand was gelaten en werd het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Voor het overige bleef de uitspraak van de rechtbank in stand. De gemeente Groningen werd verplicht het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is deels gegrond verklaard, het bezwaar niet-ontvankelijk en het besluit van 23 april 1999 vernietigd voor zover in stand gelaten.