ECLI:NL:RVS:2002:AE6191
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoegingsaanvraag voor cassatieberoep wegens verlopen termijn
Appellant heeft twee aanvragen om toevoeging voor cassatieberoep afgewezen zien worden door de raad voor rechtsbijstand. Na diverse besluiten en een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin het beroep grotendeels ongegrond werd verklaard, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de vraag of appellant nog belang had bij de toevoeging, nu hij niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden cassatie heeft ingesteld tegen het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. De rechtbank oordeelde dat appellant geen belang meer had omdat de cassatietermijn was verstreken.
Appellant voerde aan dat de termijn was opgeschort omdat de zaak lang aanhangig was, maar de Raad van State benadrukte dat het niet verstrekken van toevoeging de cassatietermijn niet schorst. De Raad van State bevestigde daarom de eerdere uitspraak dat het administratief beroep niet-ontvankelijk was en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat het belang bij toevoeging vervalt indien binnen de wettelijke termijn geen cassatie wordt ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoegingsaanvraag bevestigd.