ECLI:NL:RVS:2002:AE6206
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing ligplaats aan Zuidelijke Industrieweg in kader uitsterfbeleid
Appellant, eigenaar van een scheepssloop- en reparatiebedrijf, had ontheffing gevraagd voor het innemen van ligplaats met vijf schepen aan de Zuidelijke Industrieweg te Franeker. Het college van burgemeester en wethouders verleende ontheffing voor ligplaats aan de Oostelijke Industrieweg, maar weigerde deze voor de Zuidelijke Industrieweg, conform het gemeentelijke uitsterfbeleid om de laad- en loskaden vrij te maken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat de aanvraag betrekking had op de Zuidelijke Industrieweg en dat de locatie aan de Oostelijke Industrieweg niet voor alle schepen geschikt was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college het beleid niet onredelijk had toegepast en dat de dieptematen en kadevoorzieningen aan de Oostelijke Industrieweg geschikt waren voor de schepen.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de door appellant genoemde woonschepen niet vergelijkbaar waren met zijn bedrijfsvaartuigen. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank met enige verbetering van gronden en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.