ECLI:NL:RVS:2002:AE6243
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.K.W. Bartel
- J.J.C. Voorhoeve
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging ontgrondingsvergunning met eindtermijn en compensatieplicht
Waalsteenfabriek De Bylandt B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van gedeputeerde staten van Gelderland tot wijziging van haar ontgrondingsvergunning voor kleiwinning op diverse percelen. De wijziging betrof onder meer het opnemen van een eindtermijn in 2020 en een compensatieplicht van ƒ45.000 voor verlies van landbouwgrond.
De appellant stelde dat het onterecht was dat de gehele vergunning werd geactualiseerd en dat het opnemen van een eindtermijn bezwarend was, aangezien de vorige vergunning geen termijn kende. De Raad van State oordeelde dat gedeputeerde staten bevoegd waren de vergunning ook op andere onderdelen te wijzigen dan waarop de aanvraag betrekking had, en dat het beleid om vergunningen te beperken tot maximaal 10 jaar niet onredelijk was. De afwijking ten gunste van appellant door de termijn tot 2020 te stellen was zelfs gunstig.
Verder werd het bezwaar tegen de compensatieplicht afgewezen, omdat deze voortvloeit uit voorwaarden van de eerdere vergunning en het niet onredelijk is dat deze verplichting blijft gelden. De Raad van State concludeerde dat geen sprake was van strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van Waalsteenfabriek De Bylandt B.V. tegen de wijziging van de ontgrondingsvergunning is ongegrond verklaard.