ECLI:NL:RVS:2002:AE6463
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- C.E.C.M. van Roosmalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving tegen illegaal gebruik perceel voor zand- en grindopslag
Appellant gebruikte een perceel voor opslag van zand en grind, wat volgens het bestemmingsplan 'Hoog Buurlo' verboden is vanwege de bestemming 'Agrarische doeleinden, klasse A'. Burgemeester en wethouders legden een last onder dwangsom op om dit gebruik te beëindigen. Appellant stelde dat het overgangsrecht van toepassing was, maar de Raad van State oordeelde dat het huidige gebruik een niet-toegestane wijziging van aard en intensiteit betreft.
De Raad van State bevestigde dat burgemeester en wethouders bevoegd waren om handhavend op te treden. Er was geen concreet zicht op legalisering van de illegale situatie, waardoor geen reden was om af te zien van handhaving. Ook was de opgelegde dwangsom in redelijke verhouding tot het beoogde doel.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de president van de arrondissementsrechtbank te Zutphen werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavingsbesluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.