ECLI:NL:RVS:2002:AE6499
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen last onder dwangsom voor illegale stalling van tankwagens met vloeibare brandstoffen
Verweerders legden appellante een last onder dwangsom op wegens het stallen van tankwagens met vloeibare motorbrandstoffen in een loods zonder de vereiste vergunning. Appellante voerde aan dat zij niet in de gelegenheid was gesteld zienswijzen in te dienen en dat de inrichting onder een ander besluit viel waardoor vergunningplicht niet zou gelden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verweerders ten onrechte geen nieuwe zienswijzen hadden gevraagd, maar dat dit gebrek in de bezwaarprocedure was hersteld en appellante niet in haar belangen was geschaad. Verder werd geoordeeld dat de inrichting vergunningplichtig bleef en dat verweerders bevoegd waren de last onder dwangsom op te leggen.
Appellante betoogde dat de last onredelijk was vanwege een lopende vergunningprocedure en een geringe calamiteitenrisico, maar de Afdeling vond dat de weigering van de revisievergunning en de risicoanalyse voldoende grond boden voor handhaving. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens illegale stalling van tankwagens met vloeibare brandstoffen wordt ongegrond verklaard.