ECLI:NL:RVS:2002:AE6630
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na herhaalde procedure
Appellant verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de Staatssecretaris van Justitie op 17 oktober 2001 werd afgewezen. Na diverse procedures bij de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak, waarbij eerdere uitspraken werden vernietigd en terugverwezen, verklaarde de rechtbank op 29 maart 2002 het beroep ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte bepaalde stukken niet had betrokken en dat de aanvraag niet binnen de wettelijke 48 proces-uren was afgewezen. De Raad van State oordeelde dat het besluit moest worden beoordeeld op de stand van zaken ten tijde van het oorspronkelijke besluit en dat de latere stukken niet relevant waren. Tevens volgde de Raad de rechtbank in de afwijzing van het betoog over de termijnoverschrijding.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 4 juni 2002.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.