ECLI:NL:RVS:2002:AE6644
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel vreemdelingen
De Staatssecretaris van Justitie stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank te ’s-Gravenhage die de afwijzing van verblijfsvergunningen asiel aan [vreemdeling 1 en 2] vernietigde. De Raad van State beoordeelde of het hoger beroep ontvankelijk was en of de aangevoerde grieven tot vernietiging konden leiden.
Uit de procedure bleek dat de grieven onvoldoende waren toegespitst op de bestreden besluiten en dat het subsidiaire standpunt van appellant niet bij de rechtbank was ingebracht, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk was voor dat onderdeel. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom bevestigde de Raad van State het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van proceskosten. Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunningen door de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.