ECLI:NL:RVS:2002:AE6684
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking tijdelijke ontheffing aanlijngebod door burgemeester en wethouders Hengelo
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van burgemeester en wethouders van Hengelo om op 21 maart 2000 de eerder verleende tijdelijke ontheffing van het aanlijngebod in te trekken en hem te verplichten zijn hond kort aan te lijnen. De intrekking was gebaseerd op incidenten van bijtgedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en appellant stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de door appellant aangevoerde impliciete voorwaarden en motiveringsklachten niet tot vernietiging leiden, omdat appellant daartegen geen rechtsmiddelen heeft aangewend en de bestuursrechter voldoende onderzoek en belangenafweging heeft verricht.
De Raad van State achtte het besluit van burgemeester en wethouders niet onredelijk en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was voldoende aannemelijk dat er sprake was van bijtgedrag en dat de eigenaar verantwoordelijk is voor het gedrag van zijn hond. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de tijdelijke ontheffing van het aanlijngebod door burgemeester en wethouders Hengelo.