Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2002:AE6710

Raad van State

Datum uitspraak
21 augustus 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200105841/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R.W.L. Loeb
  • J.A.M. van Angeren
  • H.G. Lubberdink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 52 Woningwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling belanghebbende bij vergunning voor tunnelbouw nabij woning

Burgemeester en wethouders van Laarbeek verleenden Bavaria N.V. een vergunning voor de bouw van een tunnel op een perceel in Lieshout. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat gedeeltelijk gegrond werd verklaard, waarna het besluit werd herroepen en aangehouden. Bavaria N.V. stelde beroep in bij de arrondissementsrechtbank, die het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde en het besluit vernietigde.

Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het perceel met de tunnel ongeveer 550 meter van de woning van appellant ligt en door een rij bomen aan het zicht onttrokken is. De Raad oordeelde dat appellant onder deze omstandigheden geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met verbetering van de gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 21 augustus 2002 in het openbaar gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

200105841/1.
Datum uitspraak: 21 augustus 2002
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats]
tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 16 oktober 2001 in het geding tussen:
de naamloze vennootschap “Bavaria N.V.”, gevestigd te Lieshout
en
burgemeester en wethouders van Laarbeek.
1. Procesverloop
Bij besluit van 12 januari 2001 hebben burgemeester en wethouders van Laarbeek (hierna: burgemeester en wethouders) aan de naamloze vennootschap "Bavaria N.V." vergunning verleend voor de bouw van een tunnel op het perceel, kadastraal bekend gemeente Lieshout, sectie K, nr. 843, gelegen in de Provinciale weg te Lieshout (hierna: het perceel).
Bij besluit van 11 juni 2001 hebben zij het daartegen door appellant gemaakte bezwaar gegrond verklaard, voorzover is verzuimd de bouwaanvraag op de voet van artikel 52 van Pro de Woningwet aan te houden en voor het overige ongegrond. Burgemeester en wethouders hebben daarbij voorts het besluit van 12 januari 2001 herroepen en de beslissing op de aanvraag aangehouden. Dit besluit en het advies van commissie voor de bezwaar- en beroepschriften waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.
Bij uitspraak van 16 oktober 2001, verzonden op 19 oktober 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen door “Bavaria N.V.” ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 november 2001, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 14 februari 2002 hebben burgemeester en wethouders van antwoord gediend. Bij brief van 8 maart 2002 heeft “Bavaria N.V.” een memorie ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 juli 2002, waar “Bavaria N.V.”, vertegenwoordigd door [gemachtigde] is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het perceel is gelegen op ongeveer 550 meter van de woning van appellant. Tussen de tunnel en zijn woning bevindt zich een rij bomen. De tunnel is in elk geval door deze bomen aan het zicht van appellant ontrokken.
2.2. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is appellant onder deze omstandigheden geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, zij het met verbetering van de gronden waarop die rust, te worden bevestigd.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en mr. J.A.M. van Angeren en mr. H.G. Lubberdink, Leden, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb w.g. Groenendijk
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2002
164.