ECLI:NL:RVS:2002:AE6719
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- D. Haan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen dwangsombeschikking bouwstop
Appellant werd door burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel gesommeerd om de bouwwerkzaamheden aan zijn woning onmiddellijk te staken onder oplegging van een dwangsom. Appellant reageerde met een brief die niet als bezwaarschrift werd aangemerkt. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het hoger beroep was de vraag of de brief van 11 december 2000 als bezwaarschrift in de zin van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kon worden beschouwd. Appellant stelde dat het bestuursorgaan had moeten nagaan of hij bezwaar wilde maken, mede gezien de correspondentie en gesprekken die erop wezen dat hij het niet eens was met de bouwstop.
De Raad van State oordeelde dat de brief niet de bedoeling had om bezwaar te maken, omdat appellant daarin uitdrukkelijk berustte in het stilleggen van de bouwactiviteiten. Ook de opmerkingen over conserverende en veiligheidsvoorzieningen konden niet worden opgevat als een bezwaarschrift tegen de dwangsombeschikking. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.