ECLI:NL:RVS:2002:AE6726
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunning milieu-inrichting wegens onvoldoende milieubescherming en rechtszekerheid
Verweerders verleenden op 11 december 2000 een milieuvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor opslag, sortering en verwerking van bouw- en sloopafval aan een locatie nabij woningen en de Oude Maas.
Appellanten voerden diverse beroepsgronden aan, waaronder strijd met milieubeschermingsbelangen, onjuiste geluidnormering, onvoldoende stofbeheersing en onduidelijke voorschriften. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de beoordelingsvrijheid van verweerders niet was overschreden bij de geluidgrenswaarden, maar dat het ontbreken van een voorschrift voor geluidcontrolemetingen in strijd was met de Wet milieubeheer.
Verder bleek dat de voorschriften ter voorkoming van stofhinder onvoldoende waren gemotiveerd en niet in overeenstemming met de Nederlandse Emissie Richtlijnen lucht (NeR). Ook waren enkele voorschriften onduidelijk en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. De beroepen werden daarom deels gegrond verklaard en het besluit gedeeltelijk vernietigd.
Verweerders werden opgedragen binnen 13 weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast werden zij veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering en rechtszekerheid bij het verbinden van vergunningvoorschriften ter bescherming van het milieu.
Uitkomst: Het besluit wordt gedeeltelijk vernietigd en verweerders moeten binnen 13 weken een nieuw besluit nemen met verbeterde voorschriften.