ECLI:NL:RVS:2002:AE6727
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning geluidvoorschriften bouw- en sloopafvalinrichting provincie Utrecht
Appellanten, omwonenden van een inrichting voor het sorteren en overslaan van bouw- en sloopafval, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 10 april 2001 waarin de provincie Utrecht de geluidvoorschriften van de vergunning had aangepast. Eerdere besluiten waren vernietigd wegens onvoldoende voorschriften omtrent het gesloten houden van deuren en het ontbreken van een passend geluidniveau.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het bestreden besluit weliswaar binnen de beoordelingsvrijheid van de provincie viel, maar dat het akoestisch rapport waarop het besluit was gebaseerd onjuiste berekeningen bevatte, met name door het niet meenemen van reflecties van het bedrijfspand. Dit leidde tot overschrijding van de geluidgrenswaarden, waardoor het besluit feitelijk neerkwam op een weigering van de gevraagde vergunning.
Verder werd vastgesteld dat het besluit niet voldeed aan het motiveringsvereiste van artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat niet adequaat was onderbouwd hoe de geluidbelasting was berekend, met name ten aanzien van gevelreflecties. Andere bezwaren, zoals overlast door de aanrijroute en planologische aspecten, werden als niet-ontvankelijk of ongegrond beoordeeld.
De Raad van State verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde gedeputeerde staten tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit van gedeputeerde staten van Utrecht inzake geluidvoorschriften bij de vergunning is vernietigd wegens onvoldoende motivering en overschrijding van geluidgrenswaarden.