ECLI:NL:RVS:2002:AE6728
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen milieuvergunning voor puinbreekinstallatie en geluidbelasting
De zaak betreft een beroep van appellant tegen een milieuvergunning verleend aan een vergunninghoudster voor een inrichting met onder meer een mobiele puinbreekinstallatie op een gezoneerd industrieterrein. De vergunning is verleend door gedeputeerde staten van Zeeland op grond van de Wet milieubeheer.
Appellant betoogde onder meer dat de gebruikte geluidsmeetmethoden en grenswaarden niet actueel of niet correct waren toegepast, dat het alara-beginsel niet werd nageleefd en dat piekgeluiden onvoldoende waren beoordeeld. Verweerders stelden dat de vergunning was gebaseerd op de juiste wettelijke kaders, dat de geluidberekeningen waren gecorrigeerd voor modelmatige fouten en dat de geluidbelasting binnen de toegestane maximaal toegestane waarden (MTG’s) bleef.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de gehanteerde Handleiding meten en rekenen industrielawaai IL-HR-13-01 uit 1981 passend was gezien het zonebesluit en de MTG’s. De afwijkingen tussen het akoestisch rapport en de vergunning waren terecht gecorrigeerd. Ook werd geoordeeld dat de bijdrage van de inrichting aan het geluidniveau gering was en dat de piekgeluiden adequaat waren beoordeeld met toepassing van de Handreiking industrielawaai van 1998. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de vergunning en de bijbehorende voorschriften voldoende bescherming van het milieu bieden.
Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 21 augustus 2002 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning wordt ongegrond verklaard.