ECLI:NL:RVS:2002:AE6936
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- K. Brink
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunning kunststofverwerkend bedrijf wegens onjuiste toepassing voorschrift bodembescherming
De zaak betreft een beroep van Despemol B.V. tegen een vergunningverlening door burgemeester en wethouders van Arnhem voor een verandering van een kunststofverwerkend bedrijf. De vergunning omvatte onder meer voorschriften uit een eerdere revisievergunning van 23 juni 1998 die van overeenkomstige toepassing werden verklaard.
Appellante betwistte de toepassing van diverse voorschriften, met name voorschrift 9.6 dat betrekking heeft op het gasdicht uitvoeren van wanden. De Afdeling oordeelde dat dit voorschrift bij een eerdere uitspraak van 29 maart 2001 was vernietigd wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht. Daarom kon dit voorschrift niet van overeenkomstige toepassing worden verklaard op de huidige verandering.
Verder werden andere bezwaren van appellante verworpen, zoals de classificatie van plastyn als potentieel bodemverontreinigende stof en de kwalificatie van tankwagens als permanente bovengrondse opslagtanks. Ook het bezwaar tegen het niet kunnen geven van zienswijze op voorschrift 1.5 en het verbod op werkvoorraad bij reactoren werd ongegrond verklaard.
De Afdeling verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, vernietigde het besluit voor zover voorschrift 9.6 van de revisievergunning van toepassing werd verklaard, en verklaarde het beroep voor het overige ongegrond. De gemeente Arnhem werd verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover voorschrift 9.6 van de revisievergunning van toepassing is verklaard.