ECLI:NL:RVS:2002:AE6946
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gemeente Baarn over vergunningplicht postduivenhouderij
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van burgemeester en wethouders van Baarn om geen handhavingsmaatregelen te treffen tegen het houden van postduiven zonder vergunning op hun perceel. De gemeente stelde dat het houden van 220 postduiven niet vergelijkbaar is met bedrijfsmatige postduivenhouderijen die veel groter zijn en personeel in dienst hebben, en dat er geen sprake is van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat hoewel er geen sprake is van een op winst gerichte bedrijfsmatige exploitatie, het aantal postduiven en de wijze van huisvesting zodanig is dat er sprake is van een bedrijvigheid in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is. Hierdoor kwalificeert het houden van deze postduiven als een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer.
Omdat deze inrichting vergunningplichtig is volgens het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, had de gemeente handhavingsmaatregelen moeten treffen. Het besluit van 14 december 2001 is daarom in strijd met het motiveringsbeginsel en wordt vernietigd. De gemeente wordt tevens verplicht het griffierecht aan appellanten te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van burgemeester en wethouders van Baarn wordt vernietigd omdat het houden van 220 postduiven vergunningplichtig is als inrichting in de zin van de Wet milieubeheer.