ECLI:NL:RVS:2002:AE7094
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- E.D.A.M. Zegveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij besluit van 30 mei 2001 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie is afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de president van de arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage, die het beroep op 19 juni 2001 ongegrond verklaarde. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat nader onderzoek niet noodzakelijk is en dat de zaak direct kan worden behandeld. De Raad benadrukt dat het hoger beroep een beperkte vorm kent, bedoeld voor snelle afdoening van zaken zonder fundamentele rechtsvragen.
Hoewel het hoger beroepschrift deels een herhaling is van eerdere standpunten, is voldaan aan de formele vereisten voor ontvankelijkheid. De grief dat de president geen kennis zou hebben genomen van aanvullende gronden wordt verworpen, omdat vaststaat dat deze bekend waren. De aangevoerde grieven bevatten geen nieuwe rechtsvragen die vernietiging rechtvaardigen.
De Voorzitter verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.