ECLI:NL:RVS:2002:AE7134
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant de gronden van het beroep niet binnen de gestelde termijn had aangevuld. Appellant voerde aan dat hij tijdig telefonisch om uitstel had gevraagd, maar dit verzoek werd niet schriftelijk bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het hoger beroep ontvankelijk is, maar dat de grieven onvoldoende zijn om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen. De rechtbank handelde conform de richtlijnen die voorschrijven dat uitstel voor het aanvullen van gronden in beginsel niet wordt verleend. De door appellant aangevoerde praktijk in andere nevenzittingsplaatsen kan niet worden geacht een gerechtvaardigd vertrouwen te wekken dat ook in Assen uitstel zou worden verleend.
De Afdeling concludeert dat de aangevallen uitspraak voldoende is gemotiveerd en dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.