ECLI:NL:RVS:2002:AE7240
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Hoekstra
- J.J.C. Voorhoeve
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en handhaving bij ruimen onderwaterdepots zonder vergunning in Lithse Ham
Appellanten verzochten gedeputeerde staten van Noord-Brabant handhavend op te treden tegen het ruimen van twee onderwaterdepots in de Lithse Ham zonder vergunning op grond van de Ontgrondingenwet. Verweerders wezen dit verzoek af en verklaarden het bezwaar deels ongegrond. Appellanten stelden dat de bevoegdheid tot handhaving bij de Minister van Verkeer en Waterstaat ligt omdat de depots zich bevinden in de Maas, een rijkswater.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de bevoegdheid om te beslissen over handhaving bij het ruimen van de onderwaterdepots zonder vergunning inderdaad bij de Minister van Verkeer en Waterstaat berust, omdat de depots zich bevinden in de oppervlakte die de Maas inneemt bij gewoon hoog zomerwater. Verweerders handelden daarmee buiten hun bevoegdheid door inhoudelijk op het verzoek te beslissen.
Verder oordeelde de Afdeling dat het besluit van verweerders op dit punt vernietigd moest worden en dat het verzoek om handhaving door verweerders moest worden doorgezonden naar de Minister van Verkeer en Waterstaat. Andere bezwaren van appellanten, zoals het niet tijdig beslissen en milieuvoorschriften, werden ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het beroep slechts gedeeltelijk gegrond was.
De Afdeling veroordeelde gedeputeerde staten Noord-Brabant tot vergoeding van proceskosten en gelastte vergoeding van griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit van gedeputeerde staten wordt gedeeltelijk vernietigd en het handhavingsverzoek wordt doorgezonden naar de Minister van Verkeer en Waterstaat.