ECLI:NL:RVS:2002:AE7493
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de beslissing van de voorzieningenrechter over de voorlopige voorziening.
De Afdeling beoordeelt vervolgens de grieven van appellant tegen de inhoudelijke afwijzing door de rechtbank. Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte het verband tussen zijn aangevoerde incidenten en zijn weigering om in te gaan op voorstellen van de Pasdaran niet aannemelijk achtte, ondanks een brief van een arts en foto’s van zijn beschoten auto. De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris zich op het standpunt mocht stellen dat deze stukken onvoldoende bewijs vormden, mede omdat geen geautoriseerde vertaling was overgelegd.
Voorts klaagde appellant dat de rechtbank ten onrechte het verband tussen een schietincident en de benadering door de Pasdaran niet aannemelijk achtte en dat hem een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro zou bedreigen. De Afdeling bevestigt dat de rechtbank terecht het bewijs niet als nieuw bewijs (novum) heeft aangemerkt en dat de nationale procedure-regels, waaronder artikel 4:6 Awb Pro, van toepassing zijn. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die hiervan afwijken.
De Afdeling verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, met verbetering van de motieven. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.