ECLI:NL:RVS:2002:AE7508
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten
Appellante heeft bij besluit van 5 april 2002 een derde aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de Staatssecretaris van Justitie is afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Hiertegen stelde appellante hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat zij niet bevoegd is kennis te nemen van het hoger beroep voor zover dit betrekking heeft op de afwijzing van een verzoek om een voorlopige voorziening. Het hoger beroep richt zich op de vraag of de Staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die een heroverweging van de eerdere, in rechte onaantastbare, afwijzende besluiten rechtvaardigen.
De Afdeling stelt vast dat de eerdere afwijzingen onherroepelijk zijn en dat het beroep niet kan leiden tot herbeoordeling van reeds behandelde of kenbare feiten. Daarnaast is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die het strikt toepassen van artikel 4:6 van Pro de Awb in strijd met het EVRM zouden brengen. Ook het betoog over de contra-expertise inzake leeftijdsonderzoek faalt, omdat de afwijzing niet uitsluitend op leeftijdsverklaringen was gebaseerd.
Het verzoek om getuigenverhoor van radiologen wordt eveneens afgewezen, aangezien de voorzieningenrechter slechts op het beroep inzake de weigering van de verblijfsvergunning heeft beslist. De Afdeling verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.