ECLI:NL:RVS:2002:AE7609
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel krijgt wegens onvoldoende aannemelijkheid traumatische gebeurtenissen
De staatssecretaris van Justitie wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De vreemdeling bracht tijdens het beroep voor het eerst naar voren dat zij slachtoffer was van gedwongen vrouwenbesnijdenis, een traumatische gebeurtenis die zij niet eerder had gemeld. De Raad van State oordeelde dat deze nieuwe feiten niet tijdig waren ingebracht tijdens het nader gehoor en dat de voorzieningenrechter deze ten onrechte bij de beoordeling had betrokken.
Daarnaast werd vastgesteld dat de vreemdeling haar land van herkomst niet binnen zes maanden na de traumatische gebeurtenis had verlaten, waardoor het causale verband tussen gebeurtenis en vertrek onvoldoende aannemelijk was gemaakt volgens het traumabeleid in de Vreemdelingencirculaire 2000.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.