ECLI:NL:RVS:2002:AE7614
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende nationaliteitsbewijs
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris had de aanvraag afgewezen omdat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat terugkeer naar haar land van herkomst, Sierra Leone, vanwege bijzondere hardheid niet mogelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing. Appellante voerde onder meer aan dat een taalanalyse haar toewijzing aan de Sierraleoonse spraak- en cultuurgemeenschap bevestigde, maar de Raad van State oordeelde dat dit niet automatisch haar nationaliteit aannemelijk maakt. Bovendien was bekend dat appellante eerder in Duitsland asiel had aangevraagd onder een andere naam en Keniaanse nationaliteit, en dat de Keniaanse autoriteiten een laissez-passer hadden afgegeven.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris terecht aan het resultaat van de taalanalyse niet de betekenis heeft toegekend die appellante wenste. Omdat de aangevoerde grieven geen vragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.