ECLI:NL:RVS:2002:AE7719
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- K. Brink
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar geluidwering woning spoorlijn
Appellant maakte bezwaar tegen een brief van burgemeester en wethouders van Boxtel waarin werd medegedeeld dat zijn woning niet in aanmerking kwam voor geluidsisolerende maatregelen vanwege geluid van de spoorlijn Boxtel-Tilburg. Dit bezwaar werd door verweerders niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief volgens hen geen besluit was, maar een voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was omdat deze geen rechtsgevolg had en er geen wettelijke grondslag was om af te zien van de plicht tot het treffen van maatregelen zoals voorgeschreven in artikel 111a van de Wet geluidhinder. Hierdoor was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard, zij het op een onjuiste grond.
Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling bevestigde daarmee de uitleg dat de brief geen besluit was en dat de plicht tot het treffen van geluidwerende maatregelen niet door deze mededeling werd opgeheven.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard.