ECLI:NL:RVS:2002:AE7725
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van ongrondverklaring beroep tegen verwijderingsbevel tuinhuisje
Appellant werd door burgemeester en wethouders van Eemnes bij besluit van 21 maart 2000 verplicht om een tuinhuisje op zijn perceel te verwijderen, onder oplegging van een dwangsom. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 13 november 2000 ongegrond werd verklaard. Appellant stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Utrecht, die op 11 maart 2002 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat ook het nieuwe bestemmingsplan “Heidehoek 2000” geen mogelijkheid tot legalisatie van het tuinhuisje bood. Appellant bracht geen nieuwe argumenten aan die tot een andere beoordeling konden leiden.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank op goede gronden tot haar beslissing was gekomen en bevestigde de uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 18 september 2002 in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.